De vernieuwing van de eindtermen had de afgelopen maanden veel voeten in de aarde. De eindtermen die we in Uitwiskeling 39/2 nog bespraken in functie van statistiek zijn nogmaals onder het mes gegaan. Op 29 maart werd een voorlopige versie van de minimumdoelen goedgekeurd. Daarbij werden de eindtermen van de basisvorming opgelijst onder 16 sleutelcompetenties. Op enkele herformuleringen na lijkt hier weinig veranderd te zijn ten opzichte van de originele eindtermen van de basisvorming. Voor wiskunde zien we enkel van de originele ‘6.14 De leerlingen analyseren logische afleidingen en redeneringen.’ geen analogon meer. In deze sleutelcompetenties is (op het moment van schrijven) nog geen sprake van de richtingspecifieke eindtermen zoals die van statistiek voor de richting humane wetenschappen. Het lijkt er echter op dat de eindtermen statistiek zoals besproken in Uitwiskeling 39/2 hun vorm grotendeels zullen behouden. Zo zien we immers bij het Katholiek Onderwijs Vlaanderen zes leerplandoelen verschijnen waarbij de statistiek voor humane wetenschappen focust op binomiale verdelingen, hypothesetoetsen, betrouwbaarheidsintervallen en onderzoekscompetenties.

Het valt moeilijk te ontkennen dat deze voortdurende veranderingen in de eindtermen onzekerheid en stress bezorgen aan directies, uitgeverijen en leerkrachten. Wat kunnen en mogen we bijvoorbeeld doen met al die ideeën uit onze vorige loep over statistiek? Het leek mij daarom een goed idee om de mening van enkele praktijkdeskundigen te horen: oud-leerlingen van onze school uit de richting humane wetenschappen die reeds extra uren statistiek kregen in de derde graad en die ook in hun opleiding in het hoger onderwijs statistiekvakken hadden. Uit een korte bevraging kwamen de volgende zaken naar boven:

  • Alle bevraagde leerlingen gaven aan dat een statistiekvak in het middelbaar een meerwaarde is voor statistiekvakken in het hoger onderwijs. Sommigen gaven dit aan als een matige meerwaarde, anderen als een grote meerwaarde.
  • Ik vroeg hoe belangrijk het was om in het middelbaar te focussen op formules, ICT, intuïtie en projecten met zelf gekozen data. Daarbij werd elk van deze zaken afzonderlijk beoordeeld op een schaal van onbelangrijk tot het meest belangrijk (waarbij verschillende zaken dezelfde score konden krijgen). De projecten kwamen daarbij als grote winnaar uit de bus, gevolgd door de intuïtie. De meningen over ICT en het van buiten leren van formules waren eerder verdeeld.
  • Tot slot werd er gepolst naar het nut van voorkennis over voorwaardelijke kansen, kansverdelingen, toetsen van hypothesen, betrouwbaarheidsintervallen of lineaire regressie. Ook hier werd een schaal gebruikt die ging van onbelangrijk tot het meest belangrijk. Daarbij bleek, enigszins tot mijn verbazing, dat de voorkennis over kansverdelingen als het belangrijkste ervaren werd.

Ergens gaf me dit wel een gevoel van zekerheid. We hadden al een vermoeden dat de binomiale verdeling een welgekomen toevoeging was aan de leerplandoelen. Dat de oud-leerlingen dit bevestigden, was dan ook een leuke erkenning. Hetzelfde geldt voor een focus op context en projecten eerder dan op formules. Misschien vormen deze leerlingen en oud-leerlingen wel de expertengroep die in deze woelige maanden vergeten zijn?

 

Post a comment