Helemaal in het hart van Brussel vind je het Paleis van Schone Kunsten ofwel ‘De Bozar’. Alhoewel slechts een handvol mensen – wellicht lezers van dit tijdschrift – wiskunde met kunst identificeert, kon je er deze zomer de tentoonstelling Order of operations bewonderen. Een tentoonstelling over wiskunde die perfect in De Bozar paste. Ze onderzocht immers het kruispunt van artistieke creaties en wiskundige thema’s. Belgische en internationale kunstenaars presenteerden werken die wiskunde op een andere manier laten ervaren. Vol verwachting namen mijn dochter Emma en ik de trein naar Brussel. We werden niet teleurgesteld.

Bij sommige werken was de link met wiskunde zeer eenvoudig en direct. Zo ontwierp bijvoorbeeld Michel Tombroff een kunstwerk over het getal pi. Op de onderstaande foto zie je hoe hij de zuiverheid van de verhouding tussen de omtrek en de diameter van de cirkel naast de complexiteit van de decimalen van pi, voorgesteld door de houten blokjes, plaatste.

Bij andere kunstwerken was de link met wiskunde complexer. Een dansend duet, gechoreografeerd door Anne Teresa De Keersmaeker, zorgde voor een subtiele verrassing. Beetje bij beetje, door middel van minieme variaties, vergleden en verschoven bewegingen. Die waren aanvankelijk perfect synchroon maar groeiden tot asynchrone bewegingen tot ze opnieuw synchroon samenkwamen. Er ontstond een complex spel van voortdurend wisselende vormen en patronen. Als toeschouwer moest je lang genoeg geconcentreerd observeren en op zoek gaan naar de minieme verschillen die ontstonden. Wat een heerlijk gevoel toen we ontdekten dat zowel de muziek als de dans het principe van de faseverschuiving gebruikten.


Emma en ik vonden het een boeiende zoektocht. Datzelfde zagen we ook bij de andere, toch wat schaarse, bezoekers. Het viel ons op dat, alhoewel de tentoonstelling een poging was om de hoge muur rond wiskunde te doorbreken, de bezoekers allemaal affiniteit met wiskunde leken te hebben.

Dat was een gedachte die me na het bezoek nog lang bezig hield. Als enthousiaste wiskundigen willen we graag onze passie met anderen delen. Boeken zoals ‘De telduivel’ en ‘Wiskunde is overal’ en ook deze tentoonstelling zijn enkele dappere pogingen. Ondanks onze goede intenties bereiken we echter vooral mensen bij wie deze materie al in de naaste zone van ontwikkeling ligt. Mensen die (nog) geen affiniteit met wiskunde hebben, zijn meestal niet geneigd om hier spontaan op in te gaan.

Toch hoeft dat niet te betekenen dat wiskunde niets voor hen is. Zo zijn drie van mijn vier kinderen natuurlijke wiskundeliefhebbers. Zonder moeite zetten ze een wiskundige bril op om naar de wereld te kijken. Bij de vierde gebeurde dit niet vanzelf. Er was iets meer nodig om dat proces op gang te brengen. Gelukkig zorgden onze verhalen, wiskundige grapjes, discussies en ontdekkingen ook bij haar voor echte liefde voor wiskunde.

Toen ik me afvroeg hoe we dat voor elkaar hebben gekregen, moest ik aan mijn collega Erik Schrooten denken. Hij omschreef vakdidactiek als een discipline die leraren in staat stelt om bij leerlingen de inhoud van een vak te ontsluiten. Hij zei: ‘Goed leraarschap begint met inzicht in het bestaansrecht van het vak’. Daarbij stelde hij me onmiddellijk op de proef met twee moeilijke vragen:

  • Was is de essentie, het unieke van je vak?
  • Wat is de maatschappelijke relevantie van je vak?

Het bezoeken van een tentoonstelling, het lezen van een boek zijn ervaringen die mij inspireren om daarop een antwoord te vinden.

Het is niet de bedoeling dat het antwoord op deze vragen ‘leerstof’ op het leerplan wordt. We hoeven immers wiskunde niet te verdedigen. Maar er telkens opnieuw bij stilstaan, helpt mij om op een andere manier over wiskunde te spreken. En om het wezenlijke van mijn vak uit te dragen. Zodat ik – daar hoop ik op – mogelijk ook de wiskundedeur bij nieuwe, andere leerlingen kan openen.

Els Van Emelen, namens de redactie

Bronnen

Deel dit artikel

Ik ben els van emelen, lerarenopleiding aan de UCLL lager onderwijs in Hasselt. Ik geef didactiek van wiskunde aan de werkstudenten en begeleid praktijkonderzoek aan de studenten in de dagopleiding.

Deel reactie