Mickaël Launay, De wetten van de wereld. Het grote verhaal van de wiskunde.
Uitgeverij Balans, Amsterdam, 2019, ISBN 978 94 638 2018 9

De eerste zin van de achterflaptekst van dit boek gaat als volgt: ”Wiskunde moeilijk? Niet meer als je dit boek hebt gelezen.’ Dat opzet is best wel ambitieus.

De auteur van het boek, de Franse wiskundige Mickaël Launay, ken je misschien wel van het YouTube-kanaal Micmaths. Hij levert veel inspanningen om wiskunde, net als muziek en literatuur, voor een breed publiek toegankelijk te maken. De wetten van de wereld is daar een voorbeeld van. Het boek is in vele talen vertaald en groeide uit tot een bestseller.

En dat is niet onterecht! Het boek leest als een spannende roman. Het klein beetje wiskunde dat er in voorkomt, is heel eenvoudig en helder uitgelegd. Ik vond het vooral positief dat het verhaal steeds vertrekt vanuit de geschiedenis van de wiskunde of vanuit de maatschappelijke context. Terwijl je door de tijd reist en de verschillende grote beschavingen tegenkomt die van belang zijn geweest voor de ontwikkeling van de wiskunde, wandel je bovendien door Parijs. In de zaal van de Oosterse oudheden in het Louvre zoekt Launay naar de zeven categorieën friezen. Bij de Géode, in de Cité des Sciences et de l’Industrie, wordt uitgeweid over de Griekse wiskundige Theaetetus die ontdekte dat er slechts vijf regelmatige veelvlakken bestaan (nog voor Plato er zijn wereldbeeld aan ophing). We volgen de ontwikkeling van het getalbegrip waar dieper wordt ingegaan op de bijdrage van o.a. de Indiërs. Launay wandelt langs de twee bakens die de as van de meridiaan van Parijs bepaalden om uit te komen bij de driehoeksmeting van de Arabische wereld, de driehoeken van Cassini en de universele lengtemaat uit de tijd van de Franse Revolutie. Hij gaat inderdaad heel breed in zijn boek. Zo legt hij bijvoorbeeld regelmatig interessante linken tussen wiskunde en taal. Achilles en de schildpad komen aan bod, heel de geschiedenis van de complexe getallen (met alle anecdotes over Cardano, Tartaglia en tijdgenoten). Via de complexe getallen komt Launay bij de min of meer abstracte algebraïsche structuren die in de negentiende eeuw werden ontdekt, bestudeerd en geclassificeerd. Hij toont aan leken dat het wezen van wiskunde eigenlijk bestaat uit vrijheid en creativiteit. Hij wijst de weg naar het uitvinden van eigen nieuwe theorieën en legt uit wat volgens hem maakt dat een theorie interessant is of mooi gevonden wordt. Verder komen we bij cartesiaanse coördinaten, het oneindig grote en het oneindig kleine. Launay laat zien hoe wiskundigen poogden de toekomst te voorspellen met modellen, kansrekenen en statistiek. Hij behandelt de komst van machines in de wiskunde enzovoort. Dat alles telkens vanuit de historische context, met linken naar Parijs én enorm boeiend verteld. Afsluiten doet Launay met een blik op de toekomst van de wiskunde. Het geheel wordt werkelijk één groot verhaal en je kunt gaandeweg niet anders dan bewondering krijgen voor het schitterende cultuurproduct dat wiskunde is! Eén van de beste uitvindingen in de geschiedenis tot nu toe!

Helemaal achteraan in het boek zijn er voor wie meer wil weten nog korte lijstjes met verwijzingen naar musea, activiteiten, boeken en websites. Een leuke kleine aanvulling.

Het opzet van het boek was wiskunde toegankelijker maken. Wat mij betreft: missie met glans geslaagd!

Deel dit artikel

Ik ben Els Vanlommel, geboren in 1974, en leerkracht in het Heilig Hart van Maria, Berlaar. Ik geef daar wiskunde in het vierde, vijfde en zesde jaar en ook een middaguurtje met extra uitdaging voor enthousiastelingen van het tweede jaar. Bovendien werk ik mee aan de optie-uren STEM in mijn school. Daarnaast zit ik in de werkgroep wiskunde van CNO en ben ik lid van de wedstrijdjury van de Vlaamse Wiskunde Olympiade.

Deel reactie